(Below, the Dutch translation of my Google Glass column, edited somewhat as it ran in the Dutch newspaper NRC Next. -mark) 

Google Glass kan je leven veranderen, zij het niet op de manier die je verwacht. Er is iets anders dat door Google Glass mogelijk wordt gemaakt, maar niemand – helemaal niemand – heeft het daar tot nu toe nog over gehad, dus schrijf ik er vandaag maar eens een stukje over.

Als je de juichende verhalen van technologiejournalisten leest die Google voor zijn demosessies heeft uitgenodigd, zou je denken dat Glass het midden houdt tussen een jetpack en een toverstaf: iets dat zó cool, zo fraai en zo onweerstaanbaar is, dat het onvermijdelijk de plaats zal innemen van dat hopeloos ouderwetse apparaat dat we de smartphone noemen.

Sergey Brin heeft dit laatst zelf ook met zoveel woorden gezegd, toen hij opmerkte dat het “seksloos” is om een smartphone te gebruiken, zo’n “onpersoonlijk stuk glas.” Zijn oplossing daarvoor heet natuurlijk Glass. En zijn oplossing voor die ‘seksloosheid’ is – nou ja, in de woorden van VentureBeat: “Sergey Brin noemt smartphones ‘seksloos’ – maar dorky Google Glass [is A-OK.”

Net als iedere andere blinkende innovatie dezer dagen zal het bestaansrecht van Google Glass louter afhangen van de ervaring die het apparaat mensen biedt. Het onmiddellijke, meest zichtbare probleem bij de ervaring met Glass is hoe dorky (raar) de gebruiker eruit ziet als hij of zij het ding draagt. Niemand wil de enige persoon in een bar zijn die lijkt op een cyborg uit een science-fictionfilm uit 1992. Dat is genant. Early adopters zullen Google Glass in de ban doen als ze de sociale goedkeuring niet voelen waar ze op uit zijn als ze hem dragen.

Google lijkt dit al te hebben ingezien en heeft onlangs een partnerschap aangekondigd met Warby Parker, dat bekend staat om zijn hippe brillen voor een jong publiek. (Mijn eigen grappig bedoelde voorstel, dat ik een dag eerder postte, hield in dat Google maar eens naar monocles moest kijken).

Afgezien van het ongemakkelijke ontwerp heeft de gebruikservaring van Google Glass onder reviewers veel lof geoogst. Het lijkt erop dat het voor je in de lucht zien zweven van je bitstreams een extatische ervaring is. Het weer! De route! Sociale netwerkverzoeken! Een overload aan e-mailtjes! Dat alles zweeft voor je neus en verdwijnt nooit uit zicht! Voor mensen die zwelgen in een stortvloed van digitale afleidingen is dit veel opwindender dan een smartphone, die je telkens terug laat keren in de saaie offline-wereld zodra je hem even wegstopt. Glass belooft dat nooit te zullen doen. In feite probeert Google op ongelooflijk brutale wijze Glass aan de man te brengen als hét tegengif tegen die afleiding, omdat de gebruiker niet meer naar zijn telefoon zou hoeven te kijken. Juist, dat komt dus doordat alle afleidingen nu heel gemakkelijk vlak voor je ogen worden afgespeeld! (Zie voor een trefzekerder verbeelding van deze door Glass bewerkstelligde afleiding deze komische video-parodie. Nóg grappiger is deze parodie – waarschuwing: grof taalgebruik.)

En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, komt Google Glass met nóg een, zelfs nog belangrijkere feature: lifebits, het vermogen om video-opnamen te maken van de mensen, plekken en gebeurtenissen om je heen, altijd en overal. Trouwe lezers zullen zich herinneren dat ik dit zes jaar geleden heb voorspeld in mijn boek Bit Literacy. Uit hoofdstuk 13:

De life bitstream zal tot nieuwe en belangrijke vragen leiden. Zal het bijvoorbeeld sociaal aanvaardbaar zijn om een privé-gesprek met een vriend op te nemen? Hoe kan iemand er zeker van zijn dat hij of zij niet wordt gefilmd, in de publieke of private sfeer? … Bedrijven, de politie, zelfs vrienden met life recorders zullen de daden en uitingen van iedereen die in zicht is opnemen, of ze dat nu leuk vinden of niet.

Vandaag de dag is die toekomst werkelijkheid geworden: een groot concern dat je de mogelijkheid biedt je leven op te nemen, het op te slaan, en te delen – en dat allemaal met een eenvoudig stemcommando.

En dit is waar ons verhaal een wending neemt, naar een vertakking die iedere andere vraag die Google Glass tot nu toe heeft opgeroepen in de schaduw stelt. Ja, de bril ziet er ‘raar’ uit – maar Google gaat daar iets aan doen. En zeker, Glass dwingt de gebruiker permanent ingeplugd te zijn in de digitale wereld van Google – maar dat is voor het concern nauwelijks een zorg, en voor de meeste gebruikers ook niet. Nee, de werkelijke vraag die Google Glass opwerpt, en die uiteindelijk zal bepalen of het project faalt of tot bepaalde uitkomsten zal leiden die je misschien niet prettig vindt (en die ik zal beschrijven), heeft te maken met die lifebits. Dat is opnieuw een kwestie van ervaring.

De feature van Google Glass waar (bijna) niemand het over heeft, is de ervaring – niet van de gebruiker zelf, maar die van iedereen behalve de gebruiker. Een tweet van David Yee maakt dit inzichtelijk:

Er zit iemand met Google Glasses in dit restaurant, dat tot zoëven mijn favoriete plekje was.

De belangrijkste ervaringsvraag met betrekking tot Google Glass is niet hoe het is om hem op te hebben. Het gaat erom hoe het is om bij iemand in de buurt te zijn die hem op heeft. Ik zal een simpel voorbeeld geven. Je gesprek met iemand die Google Glass draagt is waarschijnlijk irritant, omdat je vermoedt dat je niet zijn of haar onverdeelde aandacht hebt. En je kan hem of haar niet zo makkelijk vragen die bril af te zetten (vooral niet wanneer het apparaat is geïntegreerd in een gewone bril). En tenslotte – en dit is het punt waarop de problemen echt beginnen – weet je niet zeker of er een video-opname van je wordt gemaakt.

Stel nu eens dat je niemand kent die Google Glass draagt … en dat je buiten gaat wandelen. Overal waar je je onder het publiek begeeft – in een winkel, op straat, in een bus of in de metro – kun je worden opgenomen, op audio of video. Er kunnen vijftig mensen in de bus zitten zonder Glass, maar als één iemand instapt met Glass op, kunnen jij – en de 49 andere passagiers – worden gefilmd. Niet alleen om de beelden tijdelijk op te slaan, zoals bij een bewakingscamera, maar om ze te delen met de wereld.

Ik weet al wat het antwoord is: “Ik word de hele dag gefilmd door bewakingscamera’s, dat kan me ook niets schelen, wat is het verschil?” Laat me maar even uitpraten – ik ben nog niet klaar. Wat Glass zo uniek maakt, is dat het een Google-project is. En Google heeft het vermogen om Glass te combineren met de andere technologieën die het bezit.

Neem in de eerste plaats eens de video-feeds van iedere Google Glass-headset, gedragen door gebruikers over de hele wereld. Ongeacht de vraag of de camera alleen maar tijdelijk ‘aan’ staat, zoals in de eerste versie van Glass, of altijd ‘aan’ is, zoals in toekomstige versies zeker mogelijk zal zijn, stromen de opnamen naar Google’s eigen cloud van servers. Als je dat combineert met de gezichtsherkenningssoftware en de identiteitsdatabase die Google aanlegt in Google Plus (waarbij de nadruk ligt op de echte namen van mensen), kunnen Google’s servers op hun gemak allerlei videobestanden verwerken om te trachten iedere persoon die op elke video voorkomt te identificeren. En als Google Plus je niet veel soeps lijkt, bedenk dan maar dat Mark Zuckerberg al heeft beloofd dat Facebook apps zal ontwikkelen voor Glass.

Kijk tenslotte eens naar de speech-to-text-software waar Google al gebruik van maakt, zowel op zijn servers als op de Glass-apparaten zelf. Ieder audiosignaal van een video-opname zou, in technische zin, omgezet kunnen worden in een tekstbestand, dat wordt gekoppeld aan het individu dat de woorden uitsprak. Vervolgens zou dit volledig doorzoekbaar kunnen worden gemaakt voor Google’s search-software.

Nu hebben we alle elementen bij elkaar: niet voor wat noodzakelijkerwijs en altijd zal móeten gebeuren, maar voor wat volgens mij technisch mogelijk is als je de middelen combineert die nu al beschikbaar zijn binnen Google.

Laten we terugkeren naar die bus waar we net in zaten. Het is niet al te vergezocht om te bedenken dat je onmiddellijk zou kunnen worden geïdentificeerd door die Google Glass-gebruiker die zojuist is ingestapt en zijn camera op jou richt. Alles wat je op gehoorsafstand zegt kan worden opgenomen, in een tekstbestand worden omgezet, aan jouw online-identiteit worden gekoppeld en in Google’s zoekindex terechtkomen. Voor eens en voor altijd.

Ik ben nog steeds niet klaar.

Het werkelijk interessante aspect is dat al dat indexeren, ‘taggen’ en opslaan kan gebeuren zonder dat de Google Glass-gebruiker daar ooit om heeft gevraagd. Iedere video-opname die waar dan ook door Google Glass wordt gemaakt, zal waarschijnlijk op Google-servers worden opgeslagen, waar alle verwerkingsprocessen (gezichtsherkenning, speech-to-text, enz.) later op verzoek van Google kunnen plaatsvinden, of van ieder bedrijf of overheidslichaam, op welk moment in de toekomst dan ook.

Kun je je nog herinneren dat mensen de kriebels kregen van die Google-auto’s die rondreden om foto’s van je huis te maken? De meeste mensen zijn daar wel weer over heen gekomen, omdat ze in ruil daarvoor een mooie StreetView-feature in Google Maps kregen.

Google Glass is als een camera-auto voor de duizenden, mogelijk miljoenen mensen die het apparaat zullen gaan dragen – iedere dag weer, en overal waar ze heen gaan – op straat, in restaurants, in de lift, op kantoor of bij je thuis. Vanaf vandaag kan alles wat je doet binnen het bereik van een Google Glass-apparaat worden opgenomen en opgeslagen in Google’s cloud, voor de rest van je leven. Je zult niet weten of je wordt gefilmd of niet, en zelfs als je het wel weet, kun je het niet tegenhouden.

En dat, mijn vrienden, is de ervaring die Google Glass teweegbrengt. Dat is de ervaring waar we over na moeten denken. De belangrijkste Google Glass-ervaring is niet de ervaring van de gebruiker, maar die van alle anderen. De ervaring een burger te zijn, in de openbare ruimte, staat op het punt te veranderen.

Denk er maar eens over na: als een miljoen Google Glasses in de wereld wordt uitgezet om audio- en video-opnamen te maken van de wereld om hen heen, wordt het bereik van Google Search opeens veel groter, en die search-index zal ook jou omvatten. Laat me het beeld eens schetsen. Over een jaar of tien raakt iemand, een bedrijf of een organisatie, geïnteresseerd in je. Men wil weten of je ooit iets beledigends of bedreigends hebt gezegd, of dat je een woord of een zinsnede hebt gebruikt die interessant gevonden wordt. Eén enkele zoekopdracht binnen Google’s cloud – of het nu gaat om een doodgewone zoekopdracht of om een zoekopdracht van een opsporingsautoriteit – zal onmiddellijk alle documentatie tevoorschijn toveren over ieder woord dat je ooit hebt uitgesproken binnen gehoorsafstand van een Google Glass-apparaat.

Dat is de discussie die we over Google Glass zouden moeten voeren. De technologiesector zou deze discussie eigenlijk moeten leiden. Maar de meeste techies zijn vandaag de dag alleen maar bezig om zich af te vragen of ze er wel cool uitzien met zo’n apparaat.

O, en wat het ontwerpprobleem aangaat: als Google Glass zijn aanvankelijke lancering goed genoeg doorstaat om naar volgende versies door te kunnen groeien, kunnen we Warby Parker gevoeglijk vergeten. De volgende firma waarop Google dan een beroep zal doen, is Bausch & Lomb. Waarom zou je nog een bril dragen als het hele apparaat in een contactlens past? En dat is natuurlijk de ultieme versie van het idee achter Google Glass: een digitale wereld die nog moeilijker kan worden uitgezet, zodra die apparaatjes rechtstreeks in het lichaam van de gebruiker zijn geïmplanteerd. Op dat punt weet je niet eens meer wie je misschien aan het filmen is of niet. Je kunt er domweg niet meer aan ontsnappen.

(See also the original English version. -mark)